Weinig daglicht doet twee dingen die met trainen te maken hebben. Het verschuift je slaapritme, waardoor je 's ochtends moeilijker op gang komt, en het drukt de stemming bij een deel van de mensen merkbaar. Voor het gevoel van "geen zin" in november is dus een nuchtere verklaring.
Wat daar het beste tegen werkt is precies waar je het minst zin in hebt: naar buiten, overdag. Een half uur daglicht rond het middaguur doet meer voor je ritme dan een uur binnen 's avonds. Wie thuiswerkt heeft daar de ruimte voor, en een trainster die tussen negen en vier kan, is in de winter meer waard dan een die alleen 's avonds kan.
Waarom de vaste afspraak in deze maanden telt
In juni traint bijna iedereen wel iets. In november is het verschil tussen mensen die doorgaan en mensen die stoppen bijna volledig te verklaren uit één ding: of er iemand op je staat te wachten. Een schema op je telefoon verliest het van de bank; een trainster voor de deur niet.
Drie dingen die helpen
Verplaats naar het licht
Een uur tussen negen en vier, al is het maar van november tot februari. In maart schuif je vanzelf terug.
Verlaag de frequentie, niet de afspraak
Eén keer per week die altijd doorgaat slaat twee keer per week die half sneuvelt.
Zet een doel in februari
Iets dat in de winter zelf valt. Een doel in de zomer is in november te ver weg om iets te betekenen.

Het keerpunt
Rond eind januari is het 's avonds merkbaar langer licht, en halverwege februari is het verschil met december bijna een uur. Dat keerpunt komt eerder dan de meeste mensen denken, en het is het enige argument dat in februari echt helpt: over drie weken werkt het weer mee.