Vakanties en feestdagen
Niet het weer maar de kalender veroorzaakt de meeste gemiste uren. Mei zit vol vrije dagen, augustus ligt half stil en december helemaal. Dit is wat daar praktisch mee te doen valt.
De drie gaten in het jaar
Losse dagen
Vier of vijf vrije dagen verspreid over de maand, vaak precies op vaste trainingsdagen. Het gat is klein maar het komt in de beste maand van het jaar, dus inhalen loont hier het meest.
Twee tot vier weken
De zomerstop. Kracht verlies je in die weken nauwelijks; de gewoonte wel. Spreek de eerste sessie na de vakantie af vóórdat je weggaat.
Drie weken
Tussen de feestdagen traint bijna niemand. Eén sessie per week volstaat om de draad vast te houden, en dat scheelt in januari twee weken opstarten.
Inhalen, verplaatsen en de strippenkaart
Bij alle drie de aanbieders koop je een pakket trainingen, geen abonnement. Een gemiste week is daarmee geen weggegooid geld maar een verschoven sessie, mits je op tijd afzegt. De gebruikelijke termijn is vierentwintig uur; daarbinnen raak je de sessie kwijt.
Strippenkaarten hebben wel een geldigheidsduur. Wie twee lange vakanties per jaar heeft en één keer per week traint, moet dus even rekenen voordat hij de grootste kaart neemt. Vraag ernaar bij de kennismaking, niet achteraf.
Het tijdstip is kostbaarder dan de sessie
Een trainster vult een vrijgekomen uur met iemand anders. Wie drie weken wegvalt zonder iets te zeggen, kan zijn vaste tijdstip kwijt zijn en dat is lastiger terug te krijgen dan een gemiste training. Meld vakanties daarom zo vroeg mogelijk; dat is in het belang van allebei.
Terugkomen

De eerste twee sessies na een pauze van drie weken zijn lichter. Dat is geen voorzichtigheid maar de snelste route terug: wie meteen op het oude gewicht begint, heeft vier dagen spierpijn en slaat de sessie daarna over.
Wat wel helpt tijdens de pauze is bewegen zonder programma. Dagelijks een half uur wandelen houdt meer in stand dan twee halfslachtige hotelkamertrainingen, en het kost geen discipline.