De vuistregel die trainsters hanteren: kleed je voor tien graden warmer dan het is. Je begint dan fris, bijna te koud, en dat is precies goed. Wie warm begint, zweet in het opstarten en koelt daarna in elke pauze af, en dat is de combinatie waar mensen verkouden van worden.
Drie lagen werken het hele jaar: iets dat vocht afvoert tegen de huid, iets isolerends erover en een winddichte laag die je makkelijk uit kunt trekken. Katoen tegen de huid is de enige echte vergissing; dat blijft nat en koelt af.
De kleine dingen die het meest schelen
Handschoenen en muts
Handen en hoofd koelen het snelst af en zijn het goedkoopst op te lossen. Met koude handen wordt elke oefening met een gewicht onprettig.
Schoenen met grip
Nat gras, natte bladeren en een natte houten vlonder zijn glad. Een zool met profiel is in de herfst belangrijker dan demping.
Iets reflecterends
Van eind oktober tot maart train je in het donker. Een reflecterend hesje of een armband kost weinig en verandert veel.
Een pet en schaduw
In juli is de plek belangrijker dan de kleding. Een pet helpt, maar schaduw helpt meer.
Een extra laag voor de pauze
Een dun jack dat je alleen tussen de series aantrekt, is in maart en november het nuttigste kledingstuk dat je hebt.
Een handdoek binnen
Bij trainen in de woonkamer is een handdoek onder je hoofd en op de vloer prettiger voor iedereen.